Dwangakkoord met één schuldeiser niet mogelijk
19-01-2012Eiseres heeft een totale schuld van € 156.020 aan één schuldeiser, de Belastingdienst. Op 23 december 2010 en 15 juli 2011 heeft zij de Belastingdienst ten aanzien van deze schuld een akkoord aangeboden. De Belastingdienst wil niet akkoord gaan met de aangeboden regelingen. Eiseres verzoekt de rechtbank een dwangakkoord vast te stellen.
Oordeel rechtbank
Art. 287a Fw maakt het mogelijk dat de rechter een buitengerechtelijk, onderhands akkoord oplegt door de weigerende schuldeiser(s) te bevelen in te stemmen. Essentieel voor het karakter van een akkoord is dat er, naast de schuldenaar, meer dan één schuldeiser bij betrokken is. Dit blijkt uit het systeem van de Faillissementswet. In elk van de daarin opgenomen insolventieregelingen is sprake van meerderheden van schuldeisers die minderheden tot instemming kunnen dwingen.
Het blijkt ook aan de overvloed van jurisprudentie (voornamelijk in kort geding) over het afdwingen van minnelijke akkoorden waarin steevast sprake is van een ‘dwarsliggende’ minderheid van de schuldeisers die volgens de eisende schuldenaar tot een andere opstelling moet worden gebracht.
Akkoord is uitzondering op contractsvrijheid
Een akkoord is niet een vaststellingsovereenkomst die partijen ter beëindiging van hun geschil in volle vrijheid met elkaar kunnen aangaan. In het onderhavige geval is de Belastingdienst de enige schuldeiser van eiseres. Het is aan beide partijen of zij met elkaar een vaststellingsovereenkomst sluiten over deze vordering; geen andere partij is daarbij betrokken.
Ons recht kent het algemene beginsel van contractsvrijheid. Art. 287a Fw. vormt een uitzondering op dat beginsel. Dat noopt tot een beperkte uitleg van de reikwijdte van dat wetsartikel. Het wetsartikel ziet op schuldregelingen (akkoorden), waartoe niet behoort de vaststellingsovereenkomst tussen één schuldenaar en diens enige schuldeiser. Het verzoek van eiseres kan daardoor niet op art. 287a Fw worden gegrond. Bij gebreke van enige andere wettelijke grondslag, is het verzoek niet-ontvankelijk.
Rechtbank Utrecht 5 januari 2012, LJN BV0394
Nieuwsbron: OpMaat_Onderneming & Recht
« Terug naar overzicht nieuws


