Sdu UitgeversScherp in OndernemingsrechtScherp in Ondernemingsrecht twitterImage2

Nieuws

Verzending stuitingsbrief tijdens faillissement: postblokkade is omstandigheid die failliet betreft

18-01-2012

Nationale Nederlanden Financiële Diensten BV (NNFD) heeft geïntimeerde in rechte aangesproken tot betaling van een bedrag van € 17.618,93 in hoofdsom. De rechtbank heeft de vordering afgewezen, omdat deze zou zijn verjaard. Een door NNFD verzonden brief waarmee zij de vordering ter verificatie in het faillissement van geïntimeerde heeft aangeboden en een eerdere, door de curator via de postblokkade ontvangen brief, zouden de verjaring niet hebben gestuit. NNFD gaat in beroep.

Het hof overweegt dat ingevolge art. 3:317 lid 1 BW de verjaring van een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis wordt gestuit door een schriftelijke aanmaning of door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt. Uit de wetsgeschiedenis en de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat het bij deze bepaling gezien haar strekking dient te gaan om een voldoende duidelijke waarschuwing aan de schuldenaar dat hij er ook na het verstrijken van de verjaringstermijn rekening mee moet houden dat hij de beschikking houdt over zijn gegevens en bewijsmateriaal, opdat hij zich tegen een dan mogelijkerwijs alsnog ingestelde rechtsvordering behoorlijk kan verweren. Verder moet de aanmaning of mededeling de schuldenaar hebben bereikt. Daarbij geldt ingevolge art. 3:37 lid 3 BW dat een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring, om haar werking te hebben, die persoon moet hebben bereikt, maar dat ook een verklaring die hem tot wie zij was gericht, niet of niet tijdig heeft bereikt, haar werking heeft, indien dit niet of niet tijdig bereiken het gevolg is van zijn eigen handeling, van de handeling van personen voor wie hij aansprakelijk is, of van andere omstandigheden die zijn persoon betreffen en rechtvaardigen dat hij het nadeel draagt.

De verjaringstermijn van de vordering van NNFD is gaan lopen op 12 maart 2002. Tussen partijen is niet in geschil dat NNFD op 3 maart 2006 een brief aan geïntimeerde heeft gezonden, die een schriftelijke aanmaning inhoudt. Deze brief is als gevolg van de postblokkade niet bij geïntimeerde, maar bij de curator terechtgekomen. Dit laat echter onverlet dat deze aanmaning de in art. 3:317 lid 1 BW bedoelde stuitende werking heeft gehad. De staat van faillissement waarin geïntimeerde ten tijde van het verzenden van de brief verkeerde, met de daarmee samenhangende postblokkade, is een omstandigheid die de persoon van geïntimeerde betreft en die in zijn relatie tot NNFD rechtvaardigt dat hij het nadeel draagt van de omstandigheid dat de door NNFD gezonden aanmaningsbrief hem niet (tijdig) heeft bereikt.

Geïntimeerde heeft gesteld dat hij de brief van 3 maart 2006 niet heeft ontvangen. Deze stelling kan gezien het bovenstaande in het midden blijven. Het hof merkt nog op dat de curator de aan de gefailleerde gerichte brieven en telegrammen voor zover deze niet reeds op grond van art. 99 lid 1 Fw terstond aan de gefailleerde ter hand zijn gesteld omdat zij geen betrekking op de boedel hebben, na afloop van het faillissement aan de gewezen failliet behoort en pleegt aan te bieden.

Het hof vernietigt het bestreden vonnis en wijst de vordering van NNFD toe.

Hof Amsterdam 20 januari 2011, LJN BV0326 (gepubliceerd op 9 januari 2012)

Nieuwsbron: OpMaat_Onderneming & Recht

« Terug naar overzicht nieuws

Winkelwagen icon_cart

Nieuwsbrief

Vul hieronder uw e-mailadres in en wij informeren u over de ontwikkelingen op ScherpinOndernemingsrecht.

Twitter

 
Image1
 

OpMaat_Mobiel 

Image1

Een App om de Nederlandse wet- en regelgeving te raadplegen.

Poll

Veel te veel van de grote Nederlandse bedrijven raken in buitenlandse handen.
Ja 74%
Nee 25%