Sdu UitgeversScherp in OndernemingsrechtScherp in Ondernemingsrecht twitterImage2

Nieuws

Verzet schuldeiser tegen uitspraak faillissement op eigen aangifte franchise-onderneemster

02-02-2012

Verweerster is met Verzoekster een franchiseovereenkomst aangegaan, waarmee Verweerster als zelfstandig onderneemster gebruik maakte van de franchiseformule van Verzoekster (Pets Place). Om haar dierenwinkel in te richten is Verweerster een lening aangegaan bij ABN AMRO. Haar schuld aan de bank bedraagt € 83.300. Verzoekster heeft zich voor deze schuld borg gesteld. Verder moest Verweerster - naast een initiële investering van ruim € 50.000 aan dierbenodigdheden - wekelijks voor een minimumbedrag bij Verzoekster te bestellen. De schuld van Verweerster bij verzoekster werd in rekening-courant geboekt, en bedraagt op dit moment meer dan € 157.000. Verzoekster heeft deze schuld niet bij de curator ingediend.

Faillissementsverzoek
Verweerster stelt dat haar omzet veel minder is dan Verzoekster haar had voorgespiegeld bij het aangaan van de overeenkomst. Haar schuld loopt alleen maar op, zodat het voortzetten van de relatie Verweerster alleen maar dieper in problemen brengt. Zij ziet als enige oplossing het aanvragen van haar eigen faillissement. Zij kan haar schulden niet aflossen en is opgehouden te betalen aan Verzoekster en de bank.

Verzoekster stelt dat partijen in gesprek waren geraakt over hoe Verweerster haar onderneming zou kunnen voortzetten. In dat kader heeft Verzoekster Verweerster voorgesteld om haar een subsidie te verstrekken, zodat Verweerster een klein positief resultaat kon behalen en over ene inkomen zou beschikken. Verzoekster stelt dan ook verbaasd te zijn dat Verweerster haar eigen faillissement heeft aangevraagd en dat de rechtbank dat verzoek direct heeft ingewilligd. Verder stelt Verzoekster dat Verweerster niet verkeert in een toestand van te hebben opgehouden met betalen en dat er sprake is van misbruik van bevoegdheid ex art. 3:13 lid 2 BW, nu Verzoekster door de faillissementsaanvraag ernstig wordt benadeeld.

Oordeel rechtbank
De rechtbank overweegt dat een faillissementsverzoek getoetst op het (summiere) bestaan van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de aanvrager in de toestand verkeert van te hebben opgehouden te betalen.

Dat Verweerster is opgehouden met betalen wordt door de curator bevestigd. De rechtbank neemt dit oordeel over. Dat Verweerster tot kort voor haar eigen aangifte nog wél betalingen aan Verzoekster deed, doet aan het oordeel niet af. De rechtbank wijst Verzoekster er daarbij op dat de vaststelling van de toestand van te hebben opgehouden te betalen los staat van de vraag van de (on)toereikendheid van het vermogen van de schuldenaar of van diens (on)mogelijkheid tot betaling. Verkeren in de toestand dat is opgehouden te betalen is, naast het bestaan van de vorderingrechten van schuldeisers op de schuldenaar, het enige vereiste voor faillietverklaring.

Steunvordering
Dat verzoekster zich borg heeft gesteld voor de schuld van Verweerster bij ABN AMRO doet niet af aan het bestaan van de tweede schuld en het feit dat Verweerster zelf voor deze schuld aansprakelijk is. Verzoekster heeft verder gesteld dat zij zelf niet als schuldeiser kan worden aangemerkt omdat zij haar eigen vordering op Verweerster niet heeft opgeëist en ook niet bij de curator heeft ingediend. Dit laat echter onverlet dat de schuld van Verweerster aan verzoekster wel degelijk bestaat en ook opeisbaar is.

Regeling?
Verzoekster heeft nog naar voren gebracht dat de door verzoekster aangeboden regeling Verweerster in staat zou stellen aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De gemotiveerde stelling van Verweerster dat ingaan op deze regeling zou meebrengen dat er (nagenoeg) geen geld voor haar levensonderhoud zou resteren - zodat zij alleen maar dieper in de schulden zou raken, is door Verzoekster echter onvoldoende betwist.

De rechtbank oordeelt ten slotte dat Verzoekster onvoldoende heeft gesteld ter staving van de stelling dat Verweerster het faillissement zou hebben aangevraagd met geen ander doel dan Verzoekster te schaden.

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Rechtbank Alkmaar 6 december 2011, LJN BV0741

Nieuwsbron: OpMaat_Onderneming & Recht

« Terug naar overzicht nieuws

Winkelwagen icon_cart

Nieuwsbrief

Vul hieronder uw e-mailadres in en wij informeren u over de ontwikkelingen op ScherpinOndernemingsrecht.

Twitter

 
Image1
 

OpMaat_Mobiel 

Image1

Een App om de Nederlandse wet- en regelgeving te raadplegen.

Poll

Veel te veel van de grote Nederlandse bedrijven raken in buitenlandse handen.
Ja 74%
Nee 25%